Verkrijgende verjaring registergoed na 10 jaar

Verkrijging registergoed na 10 jaar!

In mijn vorige artikel “mijn en dein” dat ging over erfgrens verjaring, schreef ik over de verkrijgende verjaring. Op de site rechtspraak.nl viel mijn oog op een interessante uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 februari 2012 (LJN: BV3662). Wat deed zich hier voor. Eiser (Dein) in eerste aanleg vorderde van gedaagde (Mijn) in eerste aanleg om bouwwerken weg te nemen die op “zijn eigendom”  (perceel 1) zouden staan. In reconventie vraagt Mijn een verklaring voor recht dat hij door verkrijgende verjaring eigenaar is geworden van perceel 1. De rechtbank oordeelt dat de vordering van Dein wordt afgewezen en dat de verklaring voor recht van Mijn wordt toegewezen. Gedaagde Mijn is eigenaar van perceel 1 geworden. Eiser “Dein”  is het hier niet mee eens en gaat tegen dit vonnis in hoger beroep.  Dein vordert bij arrest het vonnis in eerste aanleg te vernietigen en verder hetzelfde als hij in eerste aanleg heeft gevorderd.

Het Hof stelt het volgende voorop: “artikel 3:99 BW vereist voor de verkrijgende verjaring van registergoederen een onafgebroken bezit te goeder trouw gedurende 10 jaar. In het tussenvonnis van 19 augustus 2009 is onder 3.13 overwogen dat door [appellant] (Dein) niet, danwel onvoldoende is betwist dat [ge├»ntimeerde] (Mijn) te goeder trouw was. Nu daartegen geen grief is gericht, gaat het hof daarvan uit. Of sprake is van bezit wordt, zoals ook de rechtbank in onderdeel 3.7 van het tussenvonnis van 19 augustus 2009 heeft overwogen, beoordeeld naar verkeersopvatting op grond van de uiterlijke feiten en met inachtneming van de regels in de artikelen 3:109 e.v. BW (zoals is bepaald in artikel 3:108 BW).” Het Hof overweegt verder dat uit het gegeven bewijs niet is komen vast te staan dat de erfgrens ergens anders zou hebben gestaan en laat het vonnis in eerste aanleg in stand.

Wat maakt deze uitspraak nu interessant. Indien verweer wordt gevoerd tegen een verjaring dan moet ook gesteld worden dat er sprake is van een verkrijger van een registergoed die te kwader trouw is. Indien dit niet wordt gedaan dan neemt de rechtbank aan dat er sprake is van verkrijgende verjaring van een registergoed te goeder trouw. Bij verjaring te kwader trouw is de verjaringstermijn 20 jaar. Bij verjaring te goeder trouw is de verjaringstermijn 10 jaar. Dit is een wezenlijk verschil met name voor het bewijs dat geleverd moet worden.  De verkrijger moet namelijk bewijzen dat de erfafscheiding – in deze een hekwerk – er al 10 of 20 jaar op die plek staat.  20 jaar teruggaan in de tijd is moeilijker dan 10 jaar.

Tip: voor degene die zich tegen de verjaring verweert, dient altijd te roepen dat de verkrijger van het registergoed te kwader trouw is.  Voor degene die zich op de verjaring beroept, dient deze primair een beroep op de goeder trouw te doen en subsidiair op de kwader trouw. Lever het bewijs voor de 20 jaar, dan zit u altijd aan de veilige kant.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met m.begheijn@hijink.com of bellen naar 024-3886680. U verkrijgt dan vrijblijvende informatie. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen